Oud-lector Hans van Ewijk: ‘Sociaal werk biedt geen oplossingen. Die zijn er niet.’

hans van EwijkHans van Ewijk nam onlangs afscheid als lector Sociaal Werk, Innovatie en Beroeps ontwikkeling bij de Hogeschool Utrecht. Een gesprek met een gedreven pleitbezorger van het sociale werk. “Mijn boodschap is: het is niet op te lossen. We zijn van de leefbaarheid, niet van de heelbaarheid.” De laatste zinnen van het interview over burgerkracht zijn intussen nogal omstreden. 

Download pdf  Oud-lector Hans van Ewijk: ‘Sociaal werk biedt geen oplossingen. Die zijn er niet.’ TSS juli/aug 2012 interview MZ

Op het oog lijkt het alsof Hans van Ewijk vaak aan het kortste eind trok in zijn loopbaan. Zo was hij als bestuurder voor behoud van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn, de voorganger van MOVISIE, Vilans en het Nederlands Jeugdinstituut. Als breed kenniscentrum zou het NIZW in zijn ogen veel beter kunnen werken aan een integrale benadering van sociale problemen. Van Ewijk streefde ook naar een brede opleiding sociaal werk, maar ook die doorbraak kwam er niet.

U pleit voor sociale zones met zorgnetwerken, bestaande uit de sociale werker als professionele vriend en grote inbreng van burgers. Bestaan zulke professionals al ergens?
“Dat is lastig, we zitten nog aan het begin van het debat. De nieuwe professional lijkt niet op de klassieke welzijnswerker. In de zeventiger jaren ging het om groepsprocessen, wijkprocessen en om volksverheffing en ontwikkeling. Die tijd van de emancipatie is voorbij. Er is een snel groeiend probleem bij mensen die niet meer opgewassen zijn tegen de open maatschappij waar iedereen zijn eigen plek moet zien te vinden. Het aantal mensen in de schulden is bijvoorbeeld vertienvoudigd in tien jaar tijd, het aantal Wajongers is vertienvoudigd, het aantal mensen inde tweedelijnshulpverlening eveneens.”

Maar hoe ziet die rol van het welzijnswerk als professionele vriend er dan uit?
“Hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns pleit voor het wrap around-model. Dat betekent dat we af moeten van ketensamenwerking en van professionele teams die zich collectief over het individu buigen. We moeten toe naar een een-op-een relatie waarin het individu samen met zijn directe omgeving ondersteund wordt door een professional. Die ene professional haalt er in noodgevallen specialistische expertise bij, maar die basisprofessional blijft de kern. In de Engelse literatuur wordt dat de ‘lead professional’ genoemd. In de GGZ hadden ze het over FACT, waarbij mensen die niet meer te behandelen zijn een-op-een thuis worden begeleid. De MEE doet eigenlijk hetzelfde met licht verstandelijk gehandicapten.”

Leidt de Hogeschool Utrecht inmiddels die brede sociaal werkers oftewel generalisten ook op?
‘Dat is mijn grote frustratie. De kern is nog altijd het bacheloronderwijs dat in zes sociale opleidingen plaatsvindt. De verkokering bestaat dus nog, die zou doorbroken moeten worden. Ik ben voorstander van het zogeheten stam- en takkenmodel, waarin de stam het brede sociaal werk is met de takken als specifieke beroepsprofielen. Alleen de stam van de sociale beroepen is op dit moment heel erg dun. Cultureel-maatschappelijke vorming voert discussie over de brede professional, en het maatschappelijk werk en de sociaalpedagogische hulpverlening ook. Ik spreek met enige regelmaat met verschillende takken in het bachelor onderwijs, die allemaal met hetzelfde bezig zijn, maar los van elkaar. Dan denk ik: jullie zouden toch naar elkaar toe groeien? Doe dat dan eens.”

Missie mislukt?
“Ja, maar volgens mij zijn er nog nooit zulke leuke debatten gevoerd. In de tijd van het nieuwe management klonk er één grote klaagzang over de getemde professional, over de dwang van productenboeken en registratiesystemen. Nu voelen veel professionals zich gesteund doordat gemeenten weer zoeken naar gemandateerde beroepskrachten. Het pleidooi voor professionele ruimte en de brede professional wordt gehoord.”

Gaat het debat over bijvoorbeeld burgerkracht juist niet ten koste van professionals, die niet zouden luisteren naar burgers en dus wel weg kunnen?
“Mijn debat met de auteurs Jos van der Lans en Nico de Boer is: er is een tekort aan burgerkracht, maar als je niet nadenkt over hoe we dat oplossen dan leidt dat tot nog meer behandelplannen en institutionalisering. Je hebt die sociale tussenzone nodig. Je moet nadenken hoe je een structuur kan vinden waar veel vrijwilligers kunnen worden ingezet als coaches, bemiddelaars, maar daar heb je dan wel professionals bij nodig. Nu zitten de gemeentes in een bezuinigingskramp en ze worden daarbij gelegitimeerd door Burgerkracht, terwijl ze juist zouden moeten investeren in sociale zones.”

Bron: Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, juli 2012, Download pdf  Oud-lector Hans van Ewijk: ‘Sociaal werk biedt geen oplossingen. Die zijn er niet.’ TSS juli/aug 2012 interview MZ

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *